Haldol Comp 25 X 5mg
Op voorschrift
Geneesmiddel

Haldol Comp 25 X 5mg

  € 11,91

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 2,10 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 1,26 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Verhoogde mortaliteit bij ouderen met dementie Zeldzame gevallen van plotselinge dood zijn gemeld bij psychiatrische patiënten die werden behandeld met antipsychotica, waaronder haloperidol (zie rubriek 4.8). Oudere patiënten met aan dementie gerelateerde psychose die met antipsychotica worden behandeld, hebben een verhoogd risico op overlijden. Analyses van zeventien placebogecontroleerde studies (modale duur 10 weken), grotendeels bij patiënten die atypische antipsychotica gebruikten, toonden bij behandelde patiënten een risico op overlijden van 1,6 tot 1,7 keer het risico op overlijden bij patiënten behandeld met placebo. In de loop van een karakteristiek 10 weken durende gecontroleerde studie was het overlijdenspercentage bij patiënten die met antipsychotica werden behandeld, ongeveer 4,5% vergeleken met een percentage van ongeveer 2,6% in de placebogroep. Hoewel de doodsoorzaak varieerde, bleek het merendeel van de sterfgevallen cardiovasculair (bijv. hartfalen, plotselinge dood) of infectieus (bijv. pneumonie) van aard te zijn. Observationele studies suggereren dat de behandeling van oudere patiënten met haloperidol ook geassocieerd is met een toegenomen mortaliteit. Deze associatie is bij haloperidol mogelijk groter dan bij atypische antipsychotische geneesmiddelen, is het meest uitgesproken in de eerste 30 dagen na de start van de behandeling en houdt minstens 6 maanden aan. In hoeverre deze associatie is toe te schrijven aan het geneesmiddel of dat patiëntkenmerken hier ook een rol in spelen, is nog niet opgehelderd. Cardiovasculaire effecten Naast plotselinge dood zijn er QTc-verlenging en/of ventriculaire aritmieën gemeld met haloperidol (zie rubriek 4.3 en 4.8). Het risico op deze voorvallen, lijkt toe te nemen met hoge doses, hoge plasmaconcentraties, bij gepredisponeerde patiënten of bij parenteraal gebruik, vooral bij intraveneuze toediening. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met bradycardie, hartziekte, familiale voorgeschiedenis van QTc-verlenging of een voorgeschiedenis van blootstelling aan grote hoeveelheden alcohol. Voorzichtigheid is ook geboden bij patiënten bij wie hoge plasmaconcentraties kunnen optreden (zie rubriek 4.4, Trage CYP2D6 metaboliseerders). Voorafgaand aan behandeling wordt een baseline-ECG aanbevolen. Tijdens de behandeling dient bij alle patiënten de noodzaak van ECG-monitoring op verlenging van het QTc-interval en op ventriculaire aritmieën te worden onderzocht. Tijdens de behandeling wordt aanbevolen de dosis te verlagen als het QTc-interval verlengd is, maar haloperidol moet worden stopgezet als het QTc-interval langer duurt dan 500 ms. Verstoring van de elektrolytenbalans zoals hypokaliëmie en hypomagnesiëmie verhoogt de kans op ventriculaire aritmieën en moet worden gecorrigeerd voordat de behandeling met haloperidol wordt gestart. Daarom wordt aangeraden om de elektrolytenbalans bij baseline en periodiek te monitoren. Tachycardie en hypotensie (waaronder orthostatische hypotensie) zijn ook gemeld (zie rubriek 4.8). Voorzichtigheid is geboden wanneer haloperidol wordt toegediend aan patiënten die hypotensie of orthostatische hypotensie vertonen. Cerebrovasculaire voorvallen In gerandomiseerde, placebogecontroleerde klinische studies in de populatie met dementie was met enkele atypische antipsychotica sprake van een ongeveer 3-voudig verhoogd risico op cerebrovasculaire bijwerkingen. In observationele studies waarin het percentage beroertes bij oudere patiënten die waren blootgesteld aan een antipsychoticum werd vergeleken met het percentage beroertes bij degenen die niet aan dergelijke geneesmiddelen waren blootgesteld, werd bij de blootgestelde patiënten een verhoogd percentage beroertes gevonden. Deze toename kan met alle butyrofenonen, waaronder haloperidol, hoger zijn. Het mechanisme achter dit verhoogde risico is niet bekend. Voor andere patiëntpopulaties kan een verhoogd risico niet worden uitgesloten. HALDOL moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met risicofactoren voor beroerte. Neuroleptisch maligne syndroom Haloperidol is in verband gebracht met neuroleptisch maligne syndroom: een zeldzame idiosyncratische reactie die wordt gekenmerkt door hyperthermie, gegeneraliseerde spierrigiditeit, autonome instabiliteit, bewustzijnsverandering en verhoogde serumcreatinefosfokinasespiegels. Hyperthermie is vaak een vroeg teken van dit syndroom. De behandeling met antipsychotica moet onmiddellijk worden gestaakt en er moeten passende ondersteunende therapie en nauwlettende monitoring worden ingesteld. Tardieve dyskinesie Bij langdurige behandeling met of na stopzetting van het geneesmiddel kan bij sommige patiënten tardieve dyskinesie optreden. Het syndroom wordt voornamelijk gekenmerkt door ritmische, onwillekeurige bewegingen van tong, gezicht, mond of kaak. Bij sommige patiënten kunnen deze manifestaties permanent zijn. Het syndroom kan gemaskeerd worden wanneer de behandeling opnieuw wordt ingesteld, wanneer de dosis wordt verhoogd of wanneer wordt overgeschakeld op een ander antipsychoticum. Als de tekenen en symptomen van tardieve dyskinesie optreden, moet stopzetting van alle antipsychotica, waaronder HALDOL, worden overwogen. Extrapiramidale symptomen Er kunnen extrapiramidale symptomen optreden (bijv. tremor, rigiditeit, hypersalivatie, bradykinesie, akathisia, acute dystonie). Het gebruik van haloperidol is in verband gebracht met de ontwikkeling van akathisia, dat wordt gekenmerkt door een subjectief onaangename of storende rusteloosheid en aandrang tot bewegen, vaak in combinatie met niet kunnen stilzitten of stilstaan. De kans hierop is het grootst in de eerste paar weken van behandeling. Bij patiënten bij wie deze symptomen ontstaan, kan verhoging van de dosis schadelijk zijn. Acute dystonie kan optreden tijdens de eerste dagen van de HALDOL-behandeling maar later optreden van dystonie en optreden van dystonie na een dosisverhoging zijn ook gemeld. Symptomen van dystonie kunnen onder meer zijn: torticollis, gezichtsgrimassen, trismus, tongprotrusie en abnormale oogbewegingen, waaronder oculogyrische crisis. Mannen en jongere leeftijdsgroepen hebben een hoger risico op dergelijke reacties. Bij acute dystonie kan het noodzakelijk zijn het gebruik van het geneesmiddel stop te zetten. Antiparkinsonmedicatie van het anticholinerge type kan zo nodig worden voorgeschreven om de extrapiramidale symptomen te behandelen, maar het wordt aanbevolen deze niet standaard voor te schrijven als preventieve maatregel. Als gelijktijdige behandeling met een antiparkinsonmiddel vereist is, kan het nodig zijn dit voort te zetten na stopzetting van HALDOL als de excretie ervan sneller verloopt dan die van haloperidol om de ontwikkeling of verergering van extrapiramidale symptomen te voorkomen. Er moet rekening worden gehouden met de mogelijke toename van de intra-oculaire oogdruk wanneer anticholinerge geneesmiddelen, waaronder antiparkinsonmedicatie, gelijktijdig met HALDOL worden toegediend. Epileptische aanvallen /convulsies Er is gemeld dat epileptische aanvallen door haloperidol kunnen worden opgewekt. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met epilepsie en bij patiënten met aandoeningen die kunnen leiden tot epileptische aanvallen (bijv. ontwenning van alcoholgebruik en hersenbeschadiging). Lever- en galproblemen Aangezien haloperidol door de lever wordt gemetaboliseerd, wordt dosisaanpassing geadviseerd en is voorzichtigheid geboden bij patiënten met leverinsufficiëntie (zie rubriek 4.2 en 5.2). Geïsoleerde gevallen van leverfunctieafwijkingen of hepatitis, het vaakst cholestatische, zijn gemeld (zie rubriek 4.8). Endocriene problemen Thyroxine kan de toxiciteit van haloperidol bevorderen. Antipsychoticatherapie dient bij patiënten met hyperthyreoïdie altijd met voorzichtigheid te worden toegediend en altijd in combinatie met een behandeling gericht op euthyreoïdie. Hormonale effecten van antipsychotica zijn onder meer hyperprolactinemie, die kan leiden tot galactorroe, gynaecomastie en oligomenorroe of amenorroe (zie rubriek 4.8). Weefselkweekonderzoek duidt erop dat de celgroei in humane borsttumoren door prolactine kan worden gestimuleerd. Hoewel er in klinische en epidemiologische studies geen duidelijk verband is aangetoond tussen de toediening van antipsychotica en humane borsttumoren, is voorzichtigheid geboden bij patiënten met een relevante medische voorgeschiedenis. HALDOL moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met reeds bestaande hyperprolactinemie en bij patiënten met mogelijke prolactineafhankelijke tumoren (zie rubriek 5.3). Hypoglykemie en het syndroom van antidiuretisch hormoon-secretiedeficiëntie (SIADH) zijn met haloperidol gemeld (zie rubriek 4.8). Veneuze trombo-embolie Gevallen van veneuze trombo-embolie (VTE) zijn met antipsychotica gemeld. Aangezien patiënten die worden behandeld met antipsychotica vaak verworven risicofactoren voor VTE hebben, moeten vóór en tijdens behandeling met HALDOL alle mogelijke risicofactoren voor VTE worden geïdentificeerd en moeten er preventieve maatregelen worden genomen. Behandelingsrespons en ontwenning Bij schizofrenie kan het zijn dat de respons op behandeling met antipsychotica vertraagd is. Indien het gebruik van antipsychotica wordt gestaakt, kan het zijn dat terugkeer van symptomen die gerelateerd zijn aan de onderliggende aandoening pas na verschillende weken of maanden duidelijk wordt. Er zijn zeer zeldzame meldingen van acute onttrekkingsverschijnselen (inclusief nausea, braken en insomnia) na het abrupt stopzetten van hoge doses antipsychotica. Als voorzorgsmaatregel wordt geleidelijke afbouw aangeraden. Patiënten met depressie Het wordt aanbevolen HALDOL niet als monotherapie te gebruiken bij patiënten bij wie depressie overheerst. Het kan worden gecombineerd met antidepressiva om die aandoeningen te behandelen waarbij depressie en psychose naast elkaar voorkomen (zie rubriek 4.5). Overgang van manie naar depressie Bij behandeling van manische episoden van een bipolaire stoornis bestaat er een risico dat patiënten overgaan van manie naar depressie. Het is belangrijk om patiënten op een overgang naar een depressieve episode, met de bijbehorende risico's zoals suïcidaal gedrag, te controleren, zodat er kan worden ingegrepen wanneer er een dergelijke overgang plaatsvindt. Trage CYP2D6 metaboliseerders HALDOL moet met voorzichtigheid gebruikt worden bij patiënten van wie bekend is dat ze trage metaboliseerders zijn van cytochroom P450 (CYP) 2D6 en die gelijktijdig een CYP3A4-remmer toegediend krijgen. Pediatrische patiënten Beschikbare veiligheidsgegevens met betrekking tot pediatrische patiënten wijzen op een risico op het ontstaan van extrapiramidale symptomen, waaronder tardieve dyskinesie en sedatie. Er is een beperkte hoeveelheid langetermijnveiligheidsgegevens beschikbaar.

  • Schizofrenie
  • Waanstoornissen van het paranoïde en hypochondrische type
  • Wanen en hallucinaties bij acute verwardheid (delirium)
  • Als psychomotorisch anti-agitativum
    • manie, dementie, oligofrenie (= mentale retardatie)
    • agitatie, agressiviteit en dwaalzucht bij bejaarden
    • hik
    • gedrags- en karakterstoornissen bij kinderen
    • choreatische bewegingen (= plotse onwillekeurige beweging)
    • tic nerveux, stotteren
    • Adjuvans bij de behandeling van hevige chronische pijn
    • Anti-emeticum: enkel als de klassieke geneesmiddelen onvoldoende actief zijn

Welke stoffen zitten er in dit middel?

De werkzame stof in dit middel is haloperidol. Elke 5 mg tablet bevat 5 mg haloperidol.

De andere stoffen in dit middel zijn lactosemonohydraat, maïszetmeel, talk, gehydrogeneerde katoenzaadolie en natrium disulfonaat indigotine (E132).

Gebruik Haldol niet als u bepaalde geneesmiddelen inneemt voor:

 Problemen met uw hartslag (zoals amiodaron, dofetilide, disopyramide, dronedaron, ibutilide, kinidine en sotalol)

 Depressie (zoals citalopram en escitalopram)

 Psychosen (zoals flufenazine, levomepromazine, perfenazine, pimozide, prochloorperazine, promazine, sertindol, thiorizadine, trifluoperazine, triflupromazine en ziprasidon)

 Bacteriële infecties (zoals azitromycine, claritromycine, erytromycine, levofloxacine, moxifloxacine en telitromycine)

 Schimmelinfecties (zoals pentamidine)

 Malaria (zoals halofantrine)

 Misselijkheid en braken (zoals dolasetron)

Zeg het ook tegen uw arts als u bepridil (voor pijn op de borst of verlaging van de bloeddruk) of methadon (een pijnstiller of voor behandeling van drugsverslaving) inneemt.

Deze geneesmiddelen kunnen de kans op hartproblemen vergroten. Zeg het dus tegen uw arts als u een van deze inneemt en gebruik geen Haldol (zie 'Wanneer mag u dit middel niet innemen?).

Speciale controle kan noodzakelijk zijn als u tegelijk lithium en Haldol inneemt. Zeg dit onmiddellijk tegen uw arts en neem beide geneesmiddelen niet meer in als u last krijgt van:

 Koorts die u niet kunt verklaren of bewegingen die u niet onder controle kunt houden

 Verwardheid, gedesoriënteerdheid, hoofdpijn, evenwichtsproblemen en slaperigheid.

Dit zijn tekenen van een ernstige aandoening.

  1. Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.

Let op ernstige bijwerkingen

Zeg het onmiddellijk tegen uw arts als u een van de volgende problemen opmerkt of vermoedt. Mogelijk heeft u dringend medische behandeling nodig.

Hartproblemen:

 Abnormaal hartritme – hierdoor werkt het hart niet langer normaal en kunt u bewusteloos raken

 Abnormaal snelle hartslag

 Extra hartslagen.

Hartproblemen komen soms voor bij mensen die Haldol gebruiken (kunnen bij maximaal 1 op de 100 personen optreden). Plotseling overlijden heeft zich voorgedaan bij patiënten die dit geneesmiddel innemen, maar hoe vaak deze sterfgevallen precies voorkomen is niet bekend.

Hartstilstand (het hart houdt op met kloppen) is ook voorgekomen bij mensen die middelen tegen psychose innemen.

Een ernstig probleem dat 'neuroleptisch maligne syndroom' wordt genoemd. Dit veroorzaakt hoge koorts, ernstige spierstijfheid, verwardheid en bewustzijnsverlies. Het komt zelden voor bij mensen die Haldol gebruiken (kan bij maximaal 1 op de 1.000 personen optreden).

Problemen bij het onder controle houden van bewegingen van lichaam of ledematen (extrapiramidale aandoening), zoals:

 Bewegingen van de mond, tong, kaak en soms de ledematen (tardieve dyskinesie)

 Rusteloosheid of moeite om stil te blijven zitten, meer lichaamsbewegingen

 Langzame lichaamsbewegingen of vermindering van lichaamsbewegingen, trekkende of draaiende bewegingen

 Beven (tremoren) of stijfheid van de spieren, schuifelend lopen

 Niet kunnen bewegen

 Geen normale gezichtsuitdrukking, het gezicht lijkt soms op een masker.

Deze verschijnselen komen zeer vaak voor bij mensen die Haldol gebruiken (kunnen bij meer dan 1 op de 10 mensen voorkomen). Als u last krijgt van een van deze effecten, kunt u een extra geneesmiddel krijgen.

Ernstige allergische reactie met onder meer de volgende verschijnselen:

 Opgezwollen gezicht, lippen, mond, tong of keel

 Slik- of ademhalingsproblemen

 Jeukende huiduitslag (galbulten).

Een allergische reactie komt soms voor bij mensen die Haldol gebruiken (kan bij maximaal 1 op de 100 personen optreden).

Bloedstolsels in de aders, meestal in de benen (diepveneuze trombose of DVT). Deze zijn gemeld bij mensen die middelen tegen psychose gebruiken. De tekenen van een DVT in het been zijn onder meer zwelling, pijn en roodheid van het been, maar het stolsel kan zich naar de longen verplaatsen en dan pijn op de borst en ademhalingsproblemen veroorzaken. Bloedstolsels kunnen heel ernstig zijn, dus zeg het meteen tegen uw arts als u een van deze problemen opmerkt.

Zeg het meteen tegen uw arts als u een van de hierboven vermelde ernstige bijwerkingen opmerkt.

Andere bijwerkingen

Zeg het tegen uw arts als u een van de volgende bijwerkingen opmerkt of vermoedt.

Zeer vaak voorkomend (kan voorkomen bij meer dan 1 op de 10 mensen):

 Rusteloosheid

 Slaapproblemen

 Hoofdpijn

Vaak voorkomend (kan voorkomen bij maximaal 1 op de 10 mensen):

 Ernstig geestelijk gezondheidsprobleem, zoals dingen geloven die niet waar zijn (waanideeën) of zien, voelen, horen of ruiken van dingen die er niet zijn (hallucinaties)

 Depressie

 Abnormale spierspanning

 Duizeligheid, bijvoorbeeld bij rechtop gaan zitten of opstaan

 Slaperigheid

 Omhooggaande beweging van de ogen of snelle oogbewegingen waar u geen controle over heeft

 Problemen met het gezichtsvermogen, zoals wazig zien

 Lage bloeddruk

 Misselijkheid, braken

 Obstipatie

 Droge mond of verhoogde aanmaak van speeksel

 Huiduitslag

 Niet kunnen plassen of de blaas niet helemaal kunnen legen

 Moeite met het krijgen en in stand houden van een erectie (impotentie)

 Gewichtstoename of gewichtsverlies

 Veranderingen die aan het licht komen bij bloedonderzoek voor het bepalen van de leverfunctie.

Soms voorkomend (kan voorkomen bij maximaal 1 op de 100 mensen):

 Effecten op bloedcellen – lage aantallen van alle soorten bloedcellen, waaronder sterke afnamen van het aantal witte bloedcellen en een laag aantal 'bloedplaatjes' (cellen die helpen bij het doen stollen van het bloed)

 Zich verward voelen

 Geen of minder zin in seks

 Stuipen (epileptische aanvallen)

De ziekte van Parkinson. Aangezien de ziekte van Parkinson het gevolg is van een onvoldoende secretie of activiteit van dopamine, zal een neurolepticum die toestand nog verergeren.
Comateuze toestanden, onderdrukking van het centraal zenuwstelsel o.a. ten gevolge van alcohol, bekende overgevoeligheid voor één van de bestanddelen of andere butyrofenonen, laesies aan de basale ganglia.
Gekende QT-verlenging en familiale voorgeschiedenis van QT-verlenging, bestaande ritmestoornissen of torsades de pointes.

Zwangerschap Een matige hoeveelheid gegevens over zwangere vrouwen (meer dan 400 zwangerschapsuitkomsten) duidt erop dat haloperidol niet misvormend of foetaal/neonataal toxisch is. Echter, er zijn geïsoleerde gevallen gemeld van geboorteafwijkingen na foetale blootstelling aan haloperidol, meestal in combinatie met andere geneesmiddelen. Uit dieronderzoek is reproductietoxiciteit gebleken (zie rubriek 5.3). Uit voorzorg heeft het de voorkeur het gebruik van HALDOL te vermijden tijdens de zwangerschap. Pasgeborenen die tijdens het derde trimester van de zwangerschap zijn blootgesteld aan antipsychotica (waaronder haloperidol) hebben risico op bijwerkingen na de bevalling waaronder extrapiramidale symptomen en/of onttrekkingsverschijnselen die in ernst en in duur kunnen variëren. Er zijn meldingen van agitatie, hypertonie, hypotonie, tremor, somnolentie, ademnood of voedingsstoornis. Daarom wordt aanbevolen pasgeboren zuigelingen nauwlettend te monitoren. Borstvoeding Haloperidol wordt uitgescheiden in de moedermelk. Kleine hoeveelheden haloperidol zijn aangetoond in het plasma en de urine van met moedermelk gevoede pasgeborenen van moeders die behandeld zijn met haloperidol. Er is onvoldoende informatie over de effecten van haloperidol bij met moedermelk gevoede zuigelingen. Er moet worden besloten of borstvoeding moet worden gestaakt of dat behandeling met HALDOL moet worden gestaakt, waarbij het voordeel van borstvoeding voor het kind en het voordeel van behandeling voor de vrouw in overweging moeten worden genomen. Vruchtbaarheid Haloperidol verhoogt de prolactinespiegel. Hyperprolactinemie kan hypothalamisch GnRH onderdrukken, resulterend in een verminderde afgifte van gonadotrofinen uit de hypofyse. Dit kan de reproductieve functie remmen door verstoring van de gonadale steroïdogenese bij zowel vrouwelijke als mannelijke patiënten (zie rubriek 4.4).

Neurolepticum / psychomotorisch antiagitativum

  • Lichte tot matige psychose: 0,5-5 mg, 2x/dag
  • Acute psychotische episodes met ernstige symptomen, die gepaard gaan met min of meer belangrijke agitatie en angst
    • Stabilisatie via IM weg
    • Vervolgens orale dosis van ongeveer 1,5x de parenterale dosis
    • Refractaire chronische schizofrenie
    • 1ste week: 10 mg/dag
    • 2de week: 20 mg/dag
    • Zo verder stijgen tot 60 mg/dag in de 6de week
    • Deze dosis aanhouden gedurende 2-3 maanden
    • Dan met 10 mg /week verminderen tot de minimale werkzame dosis (meestal 1-15 mg /dag)
    • Startdosis < 5 j: 0,25 mg (1/2 tablet van 0,5 mg), 2x/dag
    • Startdosis < 5 j: 0,5 mg (1 tablet van 0,5 mg), 2x/dag
    • Vervolgens indien nodig aanpassing zoals bij volwassenen

Adjuvans bij hevige chronische pijn

  • 0,5 mg (1 tablet) 's morgens en 's avonds
CNK 0046177
Organisaties ESSENTIAL PHARMA LTD
Merken Johnson & Johnson
Breedte 71 mm
Lengte 102 mm
Diepte 27 mm
Hoeveelheid verpakking 25
Actieve ingrediënten haloperidol
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)