Alprazolam EG Tabl 20X0,25Mg
Op voorschrift
Geneesmiddel

Alprazolam EG Tabl 20X0,25Mg

  € 2,88

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 2,88 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 2,88 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 2,88
Onmiddellijk beschikbaar

De behandelingsduur moet zo kort mogelijk zijn en niet langer dan 2-4 weken (zie rubriek 4.2). Verlenging van de behandeling na deze perioden mag slechts plaatsvinden na her-evaluatie van de situatie. Het kan zinvol zijn om de patiënt bij aanvang van de behandeling te informeren dat de behandeling in de tijd beperkt is en om precies uit te leggen hoe de dosering geleidelijk zal worden verlaagd. Er zijn aanwijzingen dat ontwenningsverschijnselen kunnen optreden binnen het doseringsinterval bij gebruik van kortwerkende benzodiazepinen, vooral bij hoge doses. Bij gebruik van langwerkende benzodiazepines is het belangrijk om de patiënt te informeren dat hij/zij niet mag overstappen op een kortwerkende benzodiazepine, omdat dan ontwenningsverschijnselen kunnen optreden. Afhankelijkheid Gebruik van benzodiazepinen kan leiden tot gewenning en fysieke en psychische afhankelijkheid van deze middelen. Het risico op afhankelijkheid neemt toe met de dosis en de duur van de behandeling, en het is ook groter bij patiënten met een voorgeschiedenis van alcohol- of drugsmisbruik. Geneesmiddelafhankelijkheid kan optreden bij therapeutische dosissen en/of bij patiënten zonder specifieke risicofactor. Het risico op geneesmiddelafhankelijkheid is verhoogd bij gelijktijdig gebruik van verschillende benzodiazepinen, ongeacht de anxiolytische of hypnotische indicatie. Er zijn eveneens gevallen van misbruik gemeld. Geneesmiddelenmisbruik is een bekend risico bij alprazolam en andere benzodiazepines, en de patiënten dienen daarom in de gaten te worden gehouden als ze alprazolam krijgen. Alprazolam kan oneigenlijk worden gebruikt. Gevallen van overlijden als gevolg van overdosering zijn waargenomen wanneer alprazolam werd gecombineerd met andere onderdrukkers van het centraal zenuwstelsel (CZS), waaronder opioïden, andere benzodiazepines en alcohol. Bij voorschrijving of aflevering van alprazolam dient met deze risico's rekening te worden gehouden. Om deze risico's te verminderen, dient de laagste geschikte hoeveelheid te worden gebruikt en dienen de patiënten te worden geïnformeerd over gepast bewaren en verwijderen van niet-gebruikt geneesmiddel (zie rubriek 4.2, 4.8 en 4.9). Onthoudingssymptomen Snelle afbouw of plotse staking van benzodiazepinen, met inbegrip van alprazolam, kan leiden tot reboundfenomenen of onthoudingssymptomen (zie rubriek 4.8). Deze kunnen bestaan uit: hoofdpijn, spierpijn, extreme angst, spanning, rusteloosheid, verwardheid, prikkelbaarheid en slapeloosheid. In ernstige gevallen kunnen de volgende symptomen zich voordoen: derealisatie, depersonalisatie, hyperacusis, doof gevoel en tintelingen in de ledematen, overgevoeligheid voor licht, geluid en aanraking, hallucinaties of epileptische aanvallen. Deze tekenen en symptomen, en vooral de ernstigere vormen, worden over het algemeen het vaakst gezien bij patiënten die langdurig met buitensporige hoge doses zijn behandeld. Onthoudingssymptomen zijn echter ook gemeld na abrupte staking van therapeutische doses benzodiazepinen. Daarom moet bij stopzetting van de behandeling de dosis dus geleidelijk en met gepaste medische controle worden afgebouwd (zie rubriek 4.2 "Dosering en wijze van toediening" en "staken van de behandeling"), vooral bij epileptici. Bijzondere patiëntengroepen Voorzichtigheid is vooral geboden bij het voorschrijven van benzodiazepinen aan personen die neigen tot misbruik van geneesmiddelen (b.v. alcoholici, drugverslaafden), daar bij deze patiënten een predispositie tot gewenning en afhankelijkheid bestaat (zie rubriek 4.5 "Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie"). Bij patiënten met een verminderde nierfunctie of lichte tot matige leverinsufficiëntie dienen de gebruikelijke voorzorgen in acht te worden genomen. De nodige voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen bij patiënten met acuut gesloten kamerhoekglaucoom. Oudere patiënten Benzodiazepines en aanverwante producten dienen met voorzichtigheid te worden gebruikt bij ouderen wegens het risico op sedatie en/of zwakte van het skeletspierstelsel die het vallen kunnen bevorderen, vaak met ernstige gevolgen bij deze populatie. Bij geriatrische of verzwakte patiënten is het aan te raden de laagste effectieve dosis te gebruiken om ataxie of oversedatie te voorkomen. Pediatrische patiënten De veiligheid en doeltreffendheid van het product bij patiënten onder de achttien jaar werden niet onderzocht, daarom wordt het gebruik van alprazolam niet aanbevolen.

  • Pathologische angst en spanningstoestanden, alsook paniektoestanden met of zonder fobisch ontwijkend gedrag
  • Paniekaanvallen en fobieën bij patiënten die lijden aan agorafobie (verhinderen of verzachten van de crisis)

De werkzame stof in Alprazolam EG is:

  • alprazolam, overeenkomend met respectievelijk 0,25 mg, 0,5 mg, 1 mg of 2 mg alprazolam.

De andere stoffen in Alprazolam EG zijn:

  • Lactosemonohydraat
  • Microkristallijne cellulose
  • Natrium docusaat
  • Natriumbenzoaat (E211)
  • Colloïdaal watervrij siliciumdioxide
  • Gepregelatiniseerd zetmeel
  • Magnesiumstearaat

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast Alprazolam EG nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of gaat u dit misschien binnenkort doen? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dat geldt ook voor geneesmiddelen waar u geen voorschrift voor nodig heeft.

Benzodiazepinen, waaronder alprazolam, veroorzaken een additief onderdrukkend effect op het centraal zenuwstelsel (CZS) indien samen gebruikt met andere psychotropen, anticonvulsiva (geneesmiddelen tegen stuipen), antihistaminica (geneesmiddelen tegen allergie), alcohol en andere middelen die werkzaam zijn op het centraal zenuwstelsel.

Volgende geneesmiddelen kunnen het effect van alprazolam eveneens verhogen:

  • ketoconazol, itraconazol of andere antimycotica van het azoltype (tegen infecties die door schimmels zijn veroorzaakt). Gelijktijdig gebruik wordt daarom niet aanbevolen.

  • nefazodon, fluvoxamine, fluoxetine (tegen depressie), propoxyfeen (krachtige pijnstiller), sertraline, orale contraceptiva, diltiazem (tegen verhoogde bloeddruk), macrolide antibiotica zoals erythromycine en clarithromycine, cimetidine (vermindert de afscheiding van maagzuur).

Volgende geneesmiddelen kunnen het effect van alprazolam verminderen:

  • carbamazepine, fenobarbital, fenytoine (gebruikt bij epilepsie)

  • rifampicine (bij tuberculose)

  • sint-janskruid (kruidengeneesmiddel gebruikt bij depressie)

Neemt u digoxine (gebruikt bij hartinsufficiëntie), ritonavir (om aids te behandelen), imipramine of desipramine (gebruikt bij depressie) in? Vertel dat dan aan uw arts omdat een dosisaanpassing van Alprazolam EG, of een nauwkeurige opvolging nodig kunnen zijn.

Gelijktijdig gebruik van Alprazolam EG en opioïden (krachtige pijnstillers, geneesmiddelen voor substitutietherapie en enkele hoestmiddelen) verhoogt het risico op slaperigheid, ademhalingsmoeilijkheden (ademhalingsdepressie) en coma, en kan levensbedreigend zijn. Daarom

mag gelijktijdig gebruik enkel overwogen worden wanneer andere behandelingsopties niet mogelijk zijn.

Zoals elk geneesmiddel kan ook Alprazolam EG bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.

De bijwerkingen die met een behandeling met alprazolam geassocieerd werden bij patiënten die deelnamen aan gecontroleerde klinische studies, en met de ervaring na het op de markt brengen (*), waren de volgende:

Zeer vaak voorkomende bijwerkingen (kunnen meer dan 1 op 10 mensen treffen):

  • depressie
  • sedatie (inslapen), slaperigheid, verlies van het coördinatievermogen van bewegingen, geheugenstoornissen, spraakstoornissen (dysartrie), duizeligheid, hoofdpijn
  • constipatie, droge mond
  • vermoeidheid, prikkelbaarheid

Vaak voorkomende bijwerkingen (kunnen tot 1 op 10 mensen treffen):

  • eetlustverlies
  • verwardheid, desoriëntatie, verminderd libido, angst, slapeloosheid, zenuwachtigheid, verhoogd libido
  • evenwichtsstoornissen, coördinatiestoornissen, aandachtsstoornissen, abnormaal overmatige slaapbehoefte (hypersomnie), lethargie (duidelijk verzwakte staat), beven
  • troebel zicht
  • misselijkheid
  • huidontsteking (dermatitis)*
  • seksuele disfunctie*
  • gewichtsafname, gewichtstoename

Soms voorkomende bijwerkingen (kunnen tot 1 op 100 mensen treffen):

  • manie* (overdreven activiteit en abnormale staat van opwinding) (zie rubriek 2. "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?"), hallucinaties*, woede*, agitatie*, geneesmiddelenafhankelijkheid
  • amnesie
  • spierzwakte
  • incontinentie*
  • onregelmatige maandstonden*
  • ontwenningssyndroom

Niet bekende frequentie (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald):

  • stoornissen van het autonoom zenuwstelsel*, tonusstoornissen (dystonie)*
  • Quincke oedeem*
  • fotosensibiliteit*
  • verhoging van de productie van prolactine*
  • hypomanie*, agressiviteit*, vijandigheid*, abnormale gedachten*, psychomotorische hyperactiviteit*, geneesmiddelenmisbruik
  • maagdarmstelselstoornissen*
  • leverontsteking (hepatitis)*, leverstoornissen*, geelzucht*
  • urineretentie*
  • verhoging van intra-oculaire druk*
  • perifeer oedeem*

De volgende bijwerkingen werden eveneens gemeld:

Zelden voorkomende bijwerkingen (kunnen tot 1 op 1.000 mensen treffen):

  • cholestase (vermindering van de galafscheiding)
  • agranulocytose (afwezigheid van bepaalde witte bloedlichaampjes in het bloed)
  • respiratoire depressie bij CARA-patiënten

Bijsluiter

6/7

  • allergische reacties of ernstige, mogelijk levensbedreigende allergische reacties (anafylaxie)
  • sporadische afwijkingen van ovulatie en verhoging van borstvolume
  • anorexie (eetlustverlies)

De volgende bijwerkingen van benzodiazepinen werden zelden of heel uitzonderlijk vermeld:

vermoeidheid, tekenen van paranoia, psychische en fysieke afhankelijkheid, onthoudingssymptomen (hoofdpijn, spierpijn, extreme angst, prikkelbaarheid, gevoel van irrealiteit (derealisatie), depersonalisation (verlies van gevoel met de fysieke en mentale realiteit), slechthorendheid, verstijven en tintelen van de extremiteiten, overgevoeligheid voor lawaai en fysisch contact, epileptische aanvallen).

Wanneer mag u Alprazolam EG niet innemen?

  • U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel of voor benzodiazepinen. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 van deze bijsluiter.

  • Alprazolam EG mag niet gebruikt worden bij patiënten met een ernstige spierzwakte (myasthenia gravis).

  • Het gebruik van Alprazolam EG is ook niet aangewezen bij patiënten met ernstige ademhalingsstoornissen, slaapapneusyndroom (tijdelijke ademhalingsstop gedurende de slaap).

  • Bij ernstig leverlijden.

Zwangerschap Alprazolam dient niet tijdens de zwangerschap te worden gebruikt tenzij de klinische toestand van de vrouw een behandeling met alprazolam vereist. Wanneer alprazolam tijdens de zwangerschap wordt gebruikt of als de patiënte tijdens het gebruik van alprazolam zwanger wordt, dient de patiënte over het potentiële gevaar voor de foetus ingelicht te worden. Wanneer alprazolam wordt voorgeschreven bij een vrouw in de vruchtbare periode, moet ze gewaarschuwd worden haar arts te contacteren indien ze wenst zwanger te worden of indien ze zwanger is, zodat de arts de beslissing kan nemen de behandeling stop te zetten. Benzodiazepines gaan doorheen de foeto-placentaire barrière. De gegevens over de teratogeniciteit en effecten op de ontwikkeling en het gedrag na de geboorte die met de behandeling met benzodiazepines geassocieerd worden, zijn tegenstrijdig. Een grote hoeveelheid gegevens afkomstig van cohortstudies wijst erop dat blootstelling aan een benzodiazepine tijdens het eerste trimester niet gepaard gaat met een verhoogd risico op een ernstige misvorming. Enkele early case-control epidemiologische studies hebben echter een verhoogd risico op een gespleten gehemelte of lip gevonden. De gegevens wijzen erop dat de kans om een kind met een gespleten gehemelte of lip te krijgen nadat de moeder aan een benzodiazepine werd blootgesteld, kleiner is dan 2/1000, terwijl het risico op een dergelijke afwijking in de algemene populatie op ongeveer 1/1000 wordt geschat. Behandeling met een hoge dosis benzodiazepinen tijdens het tweede en/of derde trimester van de zwangerschap heeft aanleiding gegeven tot een afname van de actieve bewegingen van de foetus en een variabiliteit van het hartritme van de foetus. Wanneer het geneesmiddel, zelfs in lage dosissen, om medische redenen gedurende de laatste fase van de zwangerschap of gedurende de bevalling moet worden toegediend, kan het "floppy infant syndrome" worden waargenomen, zoals hypothermie, axiale hypotonie, zuigproblemen die tot een geringe gewichtstoename leiden. In hoge dosissen kunnen ademhalingsonderdrukking of apneu en hypothermie bij de neonatus optreden. Deze tekenen zijn omkeerbaar, maar kunnen 1 tot 3 weken duren, afhankelijk van de halfwaardetijd van het middel. Kinderen waarvan de moeder gedurende de zwangerschap chronisch benzodiazepines heeft genomen kunnen fysieke afhankelijkheid ontwikkeld hebben en dan kunnen onthoudingssymptomen zich voordien in de postnatale ontwikkeling. Deze uiten zich enkele dagen na de geboorte door overmatige prikkelbaarheid, agitatie en tremor bij de neonatus. Het optreden van onthoudingsverschijnselen na de geboorte hangt af van de halfwaardetijd van het middel. Rekening houdend met deze gegevens kan het gebruik van alprazolam tijdens de zwangerschap overwogen worden indien de therapeutische indicaties en de dosering strikt in acht worden genomen. Indien behandeling met alprazolam noodzakelijk is tijdens de laatste fase van de zwangerschap, moeten hoge dosissen worden vermeden en moet de neonatus gecontroleerd worden op onthoudingsverschijnselen en/of het "floppy infant syndrome". Borstvoeding Alprazolam gaat in geringe hoeveelheid over in de moedermelk. Een risico voor de pasgeborenen/zuigelingen kan niet worden uitgesloten. Hoewel de toediening van benzodiazepines tijdens de borstvoeding niet wordt aanbevolen, moet worden besloten hetzij de borstvoeding te onderbreken, hetzij de behandeling met alprazolam te onderbreken/ervan af te zien, rekening houdend met het voordeel van borstvoeding voor het kind tegenover het voordeel van behandeling voor de vrouw. Zie rubriek 4.4 voor informatie over stopzetting van de behandeling met alprazolam.

Vruchtbaarheid Alprazolam beïnvloedde de vruchtbaarheid bij ratten niet tot de hoogst geteste dosis van 5 mg/kg (een equivalente dosis van 0,8 mg/kg bij de mens), dit is ongeveer 5 maal de aanbevolen maximale dagelijkse dosis bij de mens (zie rubriek 5.3 Gegevens uit preklinisch veiligheidsonderzoek).

Volwassenen

  • Begindosering: 0,25 tot 0,5 mg, 3 x /dag
  • Max. 4 mg /dag
  • Begindosering: 0,5 tot 1 mg voor het slapengaan
  • Indien nodig, verhogen met max. 1 mg om de 3 - 4 dagen
  • Indien nodig, toedieningen spreiden tot 3 - 4 x/dag
  • Max. 10 mg/dag

Toedieningswijze

  • Het tablet kan niet verdeeld worden in gelijke helften (enkel deelbaar voor makkelijke inname)
CNK 1547439
Organisaties Eurogenerics (EG) Generics & Consumer
Merken Eurogenerics (EG)
Breedte 40 mm
Lengte 82 mm
Diepte 25 mm
Hoeveelheid verpakking 20
Actieve ingrediënten alprazolam
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)